gedicht - werv'lend waait het door het riet
Werv'lend waait het door het riet
Ruisend spreekt het door de bomen
O, ik weet dat het zal komen!
Fluist'rend zingt het nieuwe lied
Raakt nog zacht der waat'ren glans en
Scheert thans schier langs huizen hoog
Zweeft dan hoger in haar dans en
Raakt welhaast de regenboog
Rustloos wacht het ranke riet
Wenkend waaien meê de bomen
Zeg mij toch dat het zal komen!
Breng mij, wind, mijn zinnelied
't Stormt plots op de wilde waat'ren
Krakend staan de huizen star
't Wolkenfront doet regen klaat'ren
Op de straat in winterwar
Zuchtend zijgt het riet teneêr
Knapt een tak al van de bomen
Stil, mijn lief... het kan nog komen!
Dra zingen wij weêr als weleer
Buld'rend jagen na de golven
Mensen die in straten vallen
Bliksem flitst, de wolken breken
Huis voor huis met doffe knallen
Droef-verslagen drijft het riet
Wenend breken dan de bomen
Wee, mijn lief! o, wee mijn lied!
Eerloos is mijn eind gekomen
| (c) | Simon Mulder | 9 september 2005 |



















